Voorstoelen en achterstoelen (5 of 7 zitplaatsen)
De voorstoelen verstellen met de stoelknoppen
Alleen van toepassing op voorstoelen met knoppen aan de zijkant. Het ontwerp kan variëren.
Uitgezonderd Performance-voertuigen:
- Zet de stoel naar voren/achteren en verstel de hoogte en hellingshoek van de stoel.
- Rugleuning verstellen.
- Lendensteun verstellen (bestuurdersstoel).
- Verleng het zitkussen.
- Zet de stoel naar voren/achteren en verstel de hoogte en hellingshoek van de stoel.
- Rugleuning verstellen.
- Lendensteun verstellen (bestuurdersstoel).
Om de passagiersstoel voorin te verstellen met het touchscreen, tikt u op en gebruikt u de pijlen naast de afbeelding van de passagiersstoel voorin om de stoel naar voren of naar achteren te bewegen.
De voorstoelen verstellen met het touchscreen
Alleen van toepassing op voorstoelen zonder knoppen aan de zijkant.
Om de voorstoelen te verstellen, tikt u op het stoelpictogram op de onderbalk of op . Gebruik het touchscreen om de bestuurders- en passagiersstoel te verstellen. De bestuurdersstoel kan ook worden versteld met het linker scrollwiel.
Stoelen kalibreren
Correcte houding
De stoel, de hoofdsteun, de gordel en de airbag vormen een combinatie die zorgt voor een optimale veiligheid. Een juist gebruik geeft een maximale bescherming.
Stel de stoel zo in dat u de veiligheidsgordel goed kunt dragen en u zo ver mogelijk van de airbag zit:
- Ga rechtop zitten met beide voeten op de vloer en met de rugleuning in een rechtopstand.
- Zorg dat u goed bij de pedalen kunt en dat uw armen iets gebogen zijn als u het stuur vastpakt. De afstand tussen borst en het midden van de airbag moet minstens 10 inch (25 cm) bedragen.
- Leg de schoudergordel midden over uw schouder, zorg dat uw nek vrij blijft. Leg de heupgordel strak over de heupen, niet over uw buik.
Model Y stoelen hebben ingebouwde hoofdsteunen voorin die niet versteld of verwijderd kunnen worden.
Stoelen op de tweede zitrij verstellen en neerklappen
Model Y bied plaats aan maximaal drie passagiers op de tweede zitrij. De rugleuning is 60/40-deelbaar, dus als de linker stoel wordt versteld, worden de zowel de stoel links als in het midden bewogen en als de rechter stoel wordt versteld, beweegt alleen de rechter stoel.
Gebruik van aan/uit-schakelaars (indien aanwezig)
U kunt de stoelen op de tweede zitrij met een van de volgende methodes voor stoelen met aan/uit-schakelaars verstellen.
- Druk op de schakelaar aan de buitenzijde van een stoel. Als u alleen de stoel in het midden wilt neerklappen, trek dan aan de hendel aan de achterzijde van de stoel in het midden.
- Gebruik de bedieningselementen op het touchscreen voorin ().
- Gebruik de bedieningselementen op het touchscreen achterin (tik op het stoelpictogram).
- Druk op de schakelaar in de achterbak.
De schakelaar aan de zijkant van elke buitenste zitplaats heeft twee standen en werkt op verschillende manieren, afhankelijk van of u in de stoel zit.
Verstel de rugleuning terwijl u op de stoel zit, door de schakelaar vooruit (1) of achteruit (2) ingedrukt te houden totdat de rugleuning in de gewenste stand staat.
Als u niet op de stoel zit, kunt u de schakelaar volledig indrukken en loslaten om de stoel automatisch in te klappen (1) of automatisch op te klappen (2). Druk kort op de schakelaar om de stoel met kleine stappen te verstellen.
Om lange voorwerpen (zoals ski's) achter in de Model Y te vervoeren, kan de middelste rugleuning ook afzonderlijk naar voren worden neergeklapt. Trek aan de hendel aan de achterkant van de rugleuning om de rugleuning te vergrendelen en trek de leuning vervolgens naar voren.
U kunt de rugleuningen op de tweede zitrij ook volledig naar voren neerklappen door op de betreffende schakelaar links in de achterbak te drukken. Druk opnieuw op de schakelaar om de stoel weer op te klappen.
Gebruik van ontgrendelingsriemen (indien aanwezig)
Om de stoel neer te klappen, trekt u aan de ontgrendelingsriem op het kussen van elke buitenste stoel en laat u de stoel neer terwijl u de riem loslaat. Mogelijk moet u de stoel iets aandrukken bij het neerklappen. Om de stoel weer omhoog te klappen, trekt u deze omhoog tot vergrendeling. Trek de rugleuning even naar voren toe om te controleren of deze goed vastzit.
Om toegang te krijgen tot de armleuning op de tweede rij met bekerhouders of om lange voorwerpen te vervoeren, kan de middelste rugleuning ook afzonderlijk naar voren worden geklapt. Trek aan de ontgrendelingsriem naast de middelste hoofdsteun en laat de middelste rugleuning zakken.
Zitplaatsen op tweede zitrij verplaatsen (alleen bij 7 zitplaatsen)
Beweeg de stang onder de buitenste zitplaatsen omhoog om de zitplaatsen op de tweede zitrij te ontgrendelen en naar voren of naar achteren te bewegen. De achterbank is 60/40-deelbaar. Daarom beweegt u met de stang aan de linkerkant de stoel links en in het midden, terwijl u met de stang aan de rechterkant alleen de stoel rechts beweegt. Trek de stang omhoog en houd deze vast terwijl u de stoel naar voren of naar achteren beweegt. Laat de hendel los wanneer de stoel in de gewenste positie staat. Druk de stoel naar achteren en naar voren om te controleren of de stoel(en) op zijn/hun plaats is/zijn vergrendeld.
Toegang tot zitplaatsen op derde zitrij (alleen bij 7 zitplaatsen)
Op de rugleuning van elke buitenste zitplaats op de tweede zitrij bevindt zich een knop voor toegang tot de derde zitrij. Met deze knop hebben passagiers eenvoudig toegang tot de zitplaatsen op de derde zitrij. Een zitplaats op de derde zitrij toegankelijk maken:
- Druk op de knop op de betreffende rugleuning van de tweede zitrij.OpmerkingAls u op de knop druk en de stoelen niet verplaatst, worden de stoelen opnieuw vergrendeld.
- Druk de rugleuning op de tweede zitrij naar voren. De stoel wordt dan ontgrendeld en naar voren gekanteld.
- Druk de stoel volledig naar voren.
Om de stoelen opnieuw te vergrendelen, duwt u de stoel eerst naar achteren. U hoort dan dat de stoelrails worden vergrendeld. Druk de stoel vervolgens omlaag om de achtervergrendelingen in de bodemvergrendeling vast te zetten. U hoort dan dat de vergrendelingen worden vastgezet. Als de stoel niet in de bodem wordt vergrendeld, wordt op het touchscreen een waarschuwing weergegeven dat de stoel niet correct op zijn plaats is vergrendeld.
Neerklappen van de rugleuningen op de derde zitrij (alleen bij 7 zitplaatsen)
Om een zitplaats op de derde zitrij neer te klappen, zorgt u er eerst voor dat de hoofdsteun volledig omlaag is gezet (zie Hoofdsteunen). Druk vervolgens op de knop in de bovenhoek van de rugleuning en klap de rugleuning neer.
Hoofdsteunen
De voorstoelen zijn voorzien van geïntegreerde hoofdsteunen die u niet kunt verstellen.
De buitenste zitplaatsen op de tweede zitrij zijn voorzien van verstelbare hoofdsteunen die kunnen worden verhoogd, verlaagd of verwijderd. Als een van deze stoelen wordt bezet door een passagier die niet in een kinderzitje zit, moet de bijbehorende hoofdsteun worden afgesteld (het midden van de hoofdsteun uitlijnen met het midden van het hoofd van de inzittende) en op zijn plaats worden vergrendeld. Om de hoofdsteun te verhogen, tilt u deze omhoog totdat u hoort dat de vergrendeling vastklikt. Om de hoofdsteun omlaag te zetten, houdt u de knop in de onderkant van de stang ingedrukt terwijl u de hoofdsteun omlaagdrukt.
De middelste stoel op de tweede rij en beide stoelen op de derde rij (indien aanwezig) is uitgerust met de optie om de hoofdsteun hoger te zetten. De hoofdsteun, die eerst in de rugleuning van de stoel is opgeborgen, is toegankelijk door deze omhoog te trekken. Als de stoel wordt bezet door een passagier die niet in een kinderzitje is geplaatst, moet de hoofdsteun altijd omhoog worden gezet en in deze stand worden vastgezet (zodat het midden van de hoofdsteun is uitgelijnd met het midden van het hoofd van de inzittende).
Om de hoofdsteun in de middelste stoel van de tweede rij op te bergen, houdt u de knop op de stang ingedrukt en duwt u de hoofdsteun volledig omlaag.
Om de hoofdsteun op de derde zitrij omlaag te zetten, houdt u de knop op de stang ingedrukt en duwt u de hoofdsteun volledig omlaag.
Een hoofdsteun verwijderen/plaatsen
Alle hoofdsteunen op de tweede zitrij en derde zitrij (indien aanwezig) kunnen worden verwijderd. Een hoofdsteun verwijderen:
- Zet de hoofdsteun volledig omhoog door deze omhoog te trekken.
- Houd de knop aan de onderkant van één van de stangen ingedrukt.
- Steek een kort, plat voorwerp (zoals een kleine schroevendraaier met platte kop) in de opening in de onderkant van de tegenoverliggende stang en trek de hoofdsteun omhoog.
Om de hoofdsteun weer terug te plaatsen:
- Steek beide stangen in de overeenkomstige openingen van de rugleuning met de voorzijde van de hoofdsteun naar voren gericht.
- Druk de hoofdsteun naar beneden totdat de vergrendeling vastklikt.
- Trek aan de hoofdsteun om te controleren of deze goed vastzit.
Stoelverwarming (indien uitgerust)
De voorstoelen en buitenste zitplaatsen op de tweede zitrij werken met 3 standen (1 = laagste stand, 3 = hoogste stand). Zie Climate control bedienen voor de bediening van de stoelverwarming.